ingezonden gedicht
     NAMEN


Een naam en dikwijls méér dan een,
krijg je meteen in 't leven.
Een scheldnaam of een bijnaam
word je later soms gegeven.

Een goede- of een slechte naam
verkrijg je niet door erven,
maar zal je door je leefgedrag
gewild- of ongewild verwerven.

Men wil ons wel eens vergelijken
met iemand waar je volgens hen op lijkt.
Ze hebben dan een ruime namenkeuze,  
zoals uit het onderstaande blijkt..

JAN-met-de-pet, is de gewone man.
Een hoge-PIET, die letters heeft gegeten.
Waar ABRAHAM-de-mosterd-haalt ?,
een nieuwsgierig-AAGJE wil dat weten.

KAAT-mossel is een bazig wijf,
en brave-HENDERIK een fijne knul.
Een slome meid, een stijve-TRIEN,
en JORIS-goedbloed is een sul.

Vrouwen zoeken naar de ware-JACOB.
Mannen kijken naar een leuke-GRIET.
Een dooie-TINUS doet geen moeite
en een houten-KLAAS die durft dat niet.

Slap-JANUS is een vent van niks.
Vrolijke-FRANS is altijd in voor gein.
MANUSJE-van-alles is een duizendpoot
en niemand wil er, gekke-HENKIE zijn.

Een grote slokop is een holle-bolle-GIJS
en een HANS-worst, die altijd clown wil zijn.
En wie tot slot de pijp-aan-MAARTEN geeft,
ontmoet al snel daarna.., de magere-HEIN.

Maar wat je deed en welke naam je droeg,
is wat er dan niet meer zo veel toe doet.
Want vraagt men later nog eens hoe je was,
hoort men als antwoord meestal.., niets-dan-goed !
                                                       
P.B.K. 2010